Je gaat gewoon door.
Werk.
Gezin.
Je volle agenda met alle verplichtingen.
Hoofd vol.
βs Avonds op de bank.
Dekentje. Thee. Serie aan.
Je hoopt op rust!
En toch blijft je lijf aan staan.
Alsof het je roept en zegt:
βLuister je nu eindelijk eens?β
Eerlijk?
Zo hoort het niet te voelen.
Die spanning komt niet zomaar.
Ze bouwt zich op.
Stress. Overbelasting.
Te lang sterk zijn.
Te weinig pauze.
Je lichaam doet niet moeilijk.
Het heeft super hard gewerkt!
Het wil gehoord worden.
Ik werk met aanraking.
Met vertraging.
Met voelen in plaats van fixen.
Ik voel waar jouw lijf vasthoudt.
Soms precies op de plek van de pijn.
Soms ergens anders.
Je hoeft niets te doen.
Niet te praten.
Niet te snappen.
Je lijf mag loslaten, op je eigen tempo.
Dat geeft rust.
Ruimte.
Zachtheid.